Beleggen is een aangenaam tijdverdrijf. Wanneer u stoot op een minder bekend bedrijf met een enthousiasmerend verhaal, lijkt alles nieuw en spannend.
U maakt uw huiswerk. U bestudeert de activiteiten van het bedrijf, zijn winstgevendheid, zijn toekomstperspectief. Zodra u het potentieel en de risico’s heeft ingeschat, bent u klaar om het aandeel te kopen.
Op dat ogenblik stopt de pret en duikt een moeilijke vraag op. Hoeveel aandelen koopt u? Een rond getal? 10, 20, 50? Of eerder een afgelijnd bedrag, zoals 2000 of 3000 euro?
Dit brengt ons bij een belangrijke vraag. Hoeveel gewicht krijgt een bedrijf in uw portefeuille?
De meeste beleggers hanteren een eenvoudige stelregel. Stel dat ze beschikken over een kapitaal van 100.000 euro en in 20 aandelen willen investeren. Doorgaans krijgt iedere positie dan 5000 euro toegewezen.
Zo’n redenering lijkt plausibel. Maar waarom alles evenredig spreiden? Heeft u daar ooit bij stilgestaan?
Per slot van rekening is een rendabel idee vinden slechts een stukje van het verhaal. Bepalen hoe u dat idee zo efficiënt mogelijk inzet, is een ander paar mouwen.
Veel hangt af van het risicoprofiel van een onderneming. Hoe onzekerder haar toekomst, hoe minder het aandeel mag doorwegen. Heel veilige bedrijven verdienen dan weer een groter deel van de koek.
Daarom geven we in onze modelportefeuille het hoogste gewicht aan wereldwijde marktleiders. Zij krijgen telkens 4%. Met hun staat van dienst en de sterkte van hun balans overwinnen ze haast ieder obstakel. Daarenboven is hun management van uitzonderlijke kwaliteit en genieten ze in de regel van een uitmuntende bedrijfscultuur. Aandelen uit onze megatrends strategie toppen we af op 3%. Bij economische schokken schiet hun volatiliteit de hoogte in. Op lange termijn leggen ook zij echter een mooi beursparcours af. Bedrijven uit het speculatieve gedeelte van onze portefeuille moeten het stellen met 2%. Ze zijn nog jong of hebben net een turnaround ingezet. Dat maakt hen kwetsbaar bij een misstap of wanneer de concurrentie haar vuist balt.
Voor we met onze modelportefeuille begonnen, hebben we heel wat simulaties uitgevoerd. De 4/3/2 procent regel kwam steeds uit de bus als een uiterst veilige verdeling. Ze biedt bescherming wanneer het beurssentiment tegenzit, maar laat niettemin het potentieel intact.
Vorige post:
'Het beurstraject van Monster Beverage'