Het break-even effect


Geen enkele coureur onderschat de Grand Prix van Monaco. Het is een straatrace op smalle wegen. Elk verkeerd manoeuvre heeft er zware gevolgen. Wanneer je tegen een snelheid van 200 kilometer per uur over een kronkelig parcours raast, wordt de foutmarge uitzonderlijk klein.

Het prinsdom is sinds 1929 gastheer van een Grand Prix. Samen met de 24 uur van Le Mans en de Indianapolis 500, maakt Monaco deel uit van de ‘Triple Crown’. Iedere racepiloot droomt ervan dit drieluik te winnen. Het is de meest prestigieuze trofee die hij in de wacht kan slepen.

Door het grillige traject verschrompelen de kansen in Monaco om wagens voorbij te steken. De GP telt het laagste aantal geslaagde inhaalmaneuvers. Gemiddeld zijn er slechts 12 per wedstrijd. In Shanghai loopt dit cijfer op tot 52.

Om die reden is een goede startpositie van cruciaal belang. De voorbije twee decennia heeft geen coureur de Grand Prix van Monaco gewonnen indien hij de race begon buiten de top 3. 

In 2019 vertrouwde Ferrari op Charles Leclerc. De 21jarige Monegask reed een thuiswedstrijd. Hij was gebeten om te winnen. Ferrari hoopte dat jaar de dominantie van Mercedes te breken. De Italianen wilden met Leclerc de beste tijd neerzetten tijdens de kwalificatieronde om de volgende dag in polepositie te starten. 

Helaas beging het team van Ferrari tijdens de kwalificaties de ene na de andere blunder. Leclerc begon de Grand Prix vanop de 15de plaats.

Was hij verstandig, dan trachtte hij in de top 10 te geraken. Dat zou hem kostbare punten opleveren voor het algemene klassement. Maar Leclerc verlangde meer. Monaco was immers zijn circuit. Hij wilde geen gezichtsverlies lijden.

Dus nam hij ondoordachte risico’s. Toen Leclerc Nico Hülkenberg inhaalde, schuurde hij tegen een vanghek en kreeg hij een lekke band. In plaats van rustig de pits op te zoeken, ging hij nog roekelozer rijden. Hierdoor raakte het chassis van zijn wagen beschadigd. Na enkele ronden moest hij de strijd staken. 

Sportief directeur Ross Brawn zei na afloop: “Charles ging te ver en betaalde een hoge prijs voor zijn onstuimigheid.”

Hetzelfde gedrag zien we terug bij pokerspelers die zware verliezen incasseren. Of bij beleggers waarvan de portefeuille fors daalt. Plots zijn ze bereid enorme risico’s te nemen om er terug bovenop te komen. Dit heet het ‘break-even effect’. Op een bepaald ogenblik nemen emoties de bovenhand. Liever dan de schade te beperken, steken beleggers extra geld in verlieslatende posities. Per slot van rekening krenkt een slechte investering ons ego. Al gauw spelen er gevoelens van hoop en revanche op.

Maar de markten zijn onverschillig. Het kan ze niets schelen of u geld wint of verliest. Aarzel daarom geen seconde om een aandeel te dumpen dat vastzit in een neerwaartse spiraal. Tenslotte bent u er niet mee getrouwd. Wees bereid om sommige posities met verlies te verkopen en uw rendement in betere bedrijven te laten aangroeien. Een winst verzilveren in een mooi bedrijf om de put van een andere positie te dempen, is nooit een goed idee. Die strategie leidt enkel tot grotere verliezen.

Iedere belegger heeft het weleens bij het verkeerde eind. Zelfs Warren Buffett maakt uitschuivers. Het is geen reden tot schaamte. Recht de rug, kijk niet om en ga gewoon verder.


Vorige post: 'AB InBev: Goodwill Hunting'