Begin vorige eeuw bekommerden weinig bedrijven zich om het welzijn van hun personeel. Per slot van rekening beleefde Europa woelige tijden. Werkgevers zetten zich schrap voor het oprukkende marxisme, sociale eisen werden meteen van tafel geveegd.
Guinness was een uitzondering. Sinds zijn oprichting in 1759 trad het management in dialoog met de arbeiders.
Die houding wierp zijn vruchten af. Al gauw werd de brouwer een geliefkoosde werkgever van de Ieren. Guinness betaalde lonen die 10 tot 20 procent hoger lagen dan het landelijke gemiddelde. Toen heel wat arbeiders tijdens de Eerste Wereldoorlog onder de wapens gingen, bleef Guinness hun weddes doorstorten. Ook beloofde de directie dat iedereen na de oorlog zijn job terugkreeg.
Maar voor werknemers betekende Guinness meer dan een mooi en veilig loonstrookje. De extralegale voordelen van de brouwer doen veel moderne bedrijven verbleken. Dat blijkt uit het jaarverslag van 1928. Zo was er ter plekke een hospitaaltje waar elke werknemer en zijn familie gratis verzorgd werden. Ook weduwen en gepensioneerden konden er kosteloos terecht. De dokters en tandartsen waren dag en nacht beschikbaar. Indien nodig gingen ze op huisbezoek. De ervaring die zijn medische staf in deze periode opdeed, gebruikte Guinness later om de Ierse afdeling van het Rode Kruis op te richten.
De brouwer lanceerde eveneens als eerste onderneming in Europa een bedrijfspensioen. Guinness nam alle bijdragen op zich. Arbeiders moesten geen deel van hun loon afstaan om pensioenrechten op te bouwen. Bovendien investeerde het bedrijf in de opleiding van zijn personeel. Wie de middelbare school wilde afwerken of een universitaire studie beoogde, deed dit op kosten van Guinness.
De organisatiecultuur van Guinness decimeerde de armoede in Dublin en inspireerde andere bedrijven om een klemtoon te leggen op het personeelsbeleid. Disney, Unilever en Heinz volgden in zijn voetsporen.
In 1997 smolt Guinness samen met Grand Metropolitan tot Diageo, de wereldleider in verkoop van sterke dranken. De naam veranderde en de activiteiten werden uitgebreid, maar de bedrijfscultuur bleef. Ook het management van Diageo zorgt op een uitmuntende manier voor zijn werknemers.
We wijzen in onze nieuwsbrieven vaak op het belang van een gezonde bedrijfscultuur. Sinds 1 januari 2000 won de Londense aandelenindex Footsie-100 een schamele 12%. De beurskoers van Diageo schoot in die periode 556% hoger. Bedrijven uit onze modelportefeuille met een sterke cultuur kopiƫren dit patroon. De S&P 500 haalde sinds de eeuwwisseling een rendement van 215%. Op zich een mooie prestatie. Maar het aandeel Berkshire Hathaway steeg met 718%, Starbucks zelfs met 2.935%.
In onze nieuwsbrief van augustus belichten we een ander bedrijf met een weergaloze cultuur. Sinds zijn beursgang in 2004 ligt zijn rendement 21 maal hoger dan dat van de S&P 500.