Op 17 december 1903 maakte Orville Wright de eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig. Zijn ‘Wright Flyer’ bleef 59 seconden in de lucht. In totaal legde hij 256 meter af.
Wrights verwezenlijking veranderde ons leven: de mens begon het luchtruim te veroveren. Als eerbetoon aan deze mijlpaal stopte de NASA een stukje van de Wright Flyer in haar Ingenuity, de kleine helikopter die vandaag over het Marsoppervlak vliegt.
Het kantelmoment voor de sector kwam er in 1927 met de trans-Atlantische vlucht van Charles Lindbergh. Anderen waren eerder de oceaan overgevlogen. Maar het was Lindberghs tocht van New York naar Parijs die het meest tot de verbeelding sprak. Cameraploegen van over de hele wereld registreerden zijn landing. Sinds dat ogenblik kregen piloten de allure van filmsterren.
Uiteraard stapten beleggers mee in het sprookje. Tijdens de Roaring Twenties hadden ze de beurzen al stevig hoger geduwd. Luchtvaartaandelen bliezen de zeepbel op tot enorme proporties.
Het beurstraject van Curtiss was tekenend voor het grenzeloze optimisme. In 1925 noteerde de vliegtuigbouwer tegen 17 dollar. Toen Lindbergh landde in Parijs, steeg de koers naar 33 dollar. Zes maanden later tikte het aandeel 125 dollar aan.
Na een tijdje haalde de realiteit de illusie in. De luchtvaartindustrie was misschien sexy, maar weinig winstgevend. In oktober 1929 barstte de bubbel. Wie net voordien luchtvaartaandelen gekocht had, moest 25 jaar wachten vooraleer het verlies weggewerkt was.
Beleggers lieten zich tijdens de hausse meeslepen door een prachtig verhaal. De mens had steeds gefantaseerd om door de lucht te vliegen. Plots werd die droom werkelijkheid. Vliegtuigen waren vernieuwend en zouden een enorme markt aanboren. Net als met het internet vele decennia later, leek het onmogelijk om daar geld mee te verliezen.
Maar de groeicijfers bleven uit. De luchtvaart nam slechts één procent van het langeafstandsverkeer voor zijn rekening. Hierdoor keerde het sentiment. De aandelen van elke vliegtuigfabrikant kelderden. Beleggers bleven verdwaasd achter met lege portefeuilles.
Hypes zijn van alle tijden. De volgende in het rijtje is waarschijnlijk het metaverse. Dat moet een nieuwe versie van het internet voortbrengen door augmented en virtual reality te integreren met de fysieke wereld. Steeds meer bedrijven laten de term vallen in hun kwartaalresultaten. Op Twitter is metaverse een buzzwoord. Onlangs werd zelfs de eerst ETF uitgebracht.
Vermoedelijk herhaalt het patroon zich. De beloofde innovatie zal beleggers ertoe aanzetten te investeren in het metaverse. Gevestigde waarden en obscure bedrijfjes zullen hun beurskoers snel zien stijgen. Vervolgens zakt het kaartenhuisje in elkaar.
Om die reden mag u tijdens een hype nooit deelnemen aan het oorspronkelijke enthousiasme. Wacht tot de eerste slachting plaatsgevonden heeft. Daarna komen de opportuniteiten bovendrijven.
Kijk naar de dotcomcrisis. Die sloeg het businessmodel van Webvan, eToys en Kozmo aan diggelen. Zij gingen ten onder. Maar later leverden Amazon, Google en Netflix mooie rendementen op.
Als belegger hoeft u niet te slaan op alles wat beweegt. Tijdens een hype wacht u beter langs de zijlijn. Per slot van rekening wordt u niet betaald om actief te zijn. Wel om te handelen op het juiste moment.
Vorige post:
'De Franse trekjes van Ferrari'