In onze modelportefeuille neemt Facebook een belangrijke plaats in. Het sociale netwerk heeft een uitzonderlijk getalenteerd management, innoveert aan de lopende band en telt 2,7 miljard actieve gebruikers. Daarnaast beschikt de technologiereus met Instagram en WhatsApp over twee groeimotoren.
Er is nog een reden waarom Facebook hoge toppen scheert: het bedrijf maakt deel uit van de platformeconomie. En die stoelt op een heel rendabel businessmodel.
Met hun digitale infrastructuur faciliteren platformbedrijven interacties tussen gebruikers. In plaats van te produceren, connecteren ze. Zo baat Airbnb geen hotels uit. Uber exploiteert geen taxi’s. Alibaba heeft geen inventaris. Platformen stemmen louter vraag en aanbod op elkaar af. In ruil strijken ze een commissie op per transactie, verkopen ze de gegevens van hun gebruikers aan derden of verdienen ze geld met advertenties.
Het voorbije decennium lagen platformbedrijven bij beleggers in de bovenste schuif. Daar was alle reden toe. We schetsen de groei van platformen even aan de hand van de S&P 500. Die index omvat de grootste beursgenoteerde ondernemingen in de VS. Door zijn brede samenstelling geeft hij een betrouwbaar beeld van het Amerikaanse zakenleven.
In 2015 telde de S&P 500 slechts 10 platformbedrijven. Ze genereerden 7% van de nettowinst die alle bedrijven uit de index samen realiseerden. Intussen verdubbelde het aantal platformen in de S&P. Maar hun winstaandeel verdrievoudigde bijna.
Hoewel platformbedrijven dus amper 4% van de S&P 500 uitmaken, vertegenwoordigen ze 20% van zijn winst. Die discrepantie bewijst één ding: eens platformbedrijven aan schaalgrootte winnen, neemt hun winstcapaciteit razendsnel toe. Aan dat liedje komt niet meteen een einde. Alex Moazed en Nicholas Johnson, auteurs van het baanbrekende werk
‘Modern Monopolies’, schatten dat platformbedrijven in het jaar 2040 de helft van de bedrijfswinsten van de S&P 500 voor hun rekening nemen.
Ook in andere regio’s maken platformen grote sier. Met Alibaba, Tencent en Baidu heeft China drie ondernemingen die meer dan een miljard maandelijkse gebruikers aan zich binden. Bytedance (bekend van TikTok), Meituan, Pinduoduo en JD verleiden op hun beurt meer dan 400 miljoen Chinezen. In India zetten Paytm, BankBazaar en Flipkart dan weer een indrukwekkend parcours neer.
En Europa? Voorlopig hinken we achterop. Slechts een handvol van onze platformbedrijven brak internationaal door. De bekendste zijn Spotify, Zalando, Takeaway en betalingsverwerker Adyen. Binnenkort kan hier echter verandering in komen. In de technologiehubs van Berlijn, Stockholm en Londen timmeren enkele beloftevolle start-ups aan de toekomst. Om mee te spelen op het wereldtoneel, kan Europa deze groeibedrijven maar beter koesteren.
Vorige post:
'Stalingrad en het concept risico'